Psychiater

“Joh, jij wordt maar niet beter, waarom zoek je geen andere psychiater?” Regelmatig krijg ik in mijn omgeving deze vraag. En misschien moet ik ook nog extra hulp zoeken om te leren functioneren met mijn autisme. Toch geloof ik niet dat ik ooit minder depressief zal worden.

Al jaren word ik met enige regelmaat overvallen door een paniekaanval, waarbij mijn hoofd te vol raakt. Ik heb hierover verteld onder de kop: ‘Harde schijf’ op de vorige bladzijde van mijn depressiedagboek. Ik heb mijn psychiater dan nodig om mijn hoofd op te ruimen. Ik heb in mijn omgeving geen mensen, die mij daarbij kunnen helpen.

Aangezien ook mijn echtgenote zich weleens afvraagt, welk nut mijn psychiater voor mij heeft, ben ik in mijn afgelopen psychotherapiesessie naar het antwoord opzoek gegaan. En ik kan je zeggen: “Die ingewikkelde vraag liet zich eenvoudig beantwoorden met: professionele distantie.”

Eerder heb ik verzucht: “Waarom heb ik toch geen vriend, waarbij ik mijn gedachten kwijt kan, zodat ik opgelucht het leven weer aankan? Waarom lukt mij dit bij mijn psychiater wel?” Wederkerigheid is het antwoord op deze vragen. In een vriendschap kom je niet alleen maar steun halen, maar moet je ook steun geven. Of eigenlijk mag ik niet alleen maar mijn sores brengen, maar moet ik ook andermans ellende ontvangen.

Bij mijn psychiater mag ik zonder afremming mijn gedachten uiten. Hierdoor kan ik vrijelijk associëren en kom ik tot de kern van mijn gedachten. In een gesprek buiten zo’n therapiesessie zullen anderen altijd reageren vanuit hun angsten en gevoelens. Mijn psychiater verstaat de kunst van het meedenken. Hij overvoert mij niet met kritische vragen, die doorgaans als een verwijt bij mij binnenkomen.

Het is niet eerlijk van een ander te verlangen dat hij of zij alleen maar mag luisteren, want daarmee erken ik deze persoon niet in zijn eenheid van bestaan. Toch heb ik de enorme behoefte aan een luisterend oor. Mijn echtgenote liet mij hierover een gedicht van Leo F. Buscaglia lezen:

            Luisteren
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel,
dan neem je mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren,
en jij denkt dat jij iets moet doen,
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek.
Hoe vreemd dat ook mag lijken.

Dus, alsjeblieft luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.
En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.   

En hoe goed een vriend of kennis ook naar mij zal willen luisteren en ik daarna hem of haar wil horen: er zullen altijd taboes blijven. Ik bedoel dat ik niet zomaar mijn suïcidale gedachtes of seksleven met een ander kan bespreken. Bij mijn psychiater kan ik met mijn diepste angsten, verlangens en rancune wel terecht. Vanuit zijn beroepsgeheim zal hij moeten zwijgen en vanuit zijn professie hoeft hij deze gedachten niet met mij te delen.

Ik werd afgelopen weken weer zo overvoerd met gedachtekronkels dat ik levensbeëindiging als reële oplossing zag om rust te krijgen. Het is zoals Isa Hoes ooit in Van der Vorst ziet sterren zei over wat haar zoontje had gezegd over de zelfdoding van zijn vader: Antonie Kamerling: “Mama, papa was op hè?” Ik heb sinds mijn zelfmoordpoging in 2010, op mijn 31e, met enige regelmaat het gevoel dat ik ‘op ben.’

Ik kan mijn omgeving toch niet steeds lastigvallen met mijn sombere destructieve gedachtes. Bovendien is wederkerigheid door vrienden, als het goed is, niet mogelijk. Tenminste ik mag hevig hopen dat mijn omgeving zulke sombere destructieve gedachten niet heeft. Bij mijn psychiater kan ik hiermee wel terecht.

Ik betaal mijn psychiater om hem te mogen overvoeren met mijn ellende. Of ja, eigenlijk betaalt mijn zorgverzekering dat. Wel ben ik elk jaar door mijn eigen risico heen en heb ik veel bijkomende kosten vanwege mijn medicijngebruik. Ik weet in elk geval waarvoor ik zorgpremies betaal. Het is ook deze economische afhankelijkheidsrelatie, die zorgt voor de gepaste afstand; eigenlijk ook een vorm van wederkerigheid.

Ergens is het misschien teleurstellend dat ik niet meer hoop op verbetering, maar werk aan acceptatie dat ik moet worstelen met mijn melancholie om zo lang mogelijk te overleven. Ik heb mijn psychiater dus nodig voor de status quo. En ik mag alleen maar iedereen dankbaar zijn, die met mij wil omgaan, wetende dat ik meestal op de vraag: “Hoe gaat het met je?”, alleen maar kan antwoorden: “Niet goed.”

Het is bij mij dus niet de vraag wat er nog bereikt kan worden, maar hoe houd ik het leven vol. Niet helpende opmerkingen als: “Jij komt geen stap verder” moet ik daarom negeren. In die zin moet ook naar de Laat Ze Maar Praten-filosofie gekeken worden, want ook ik heb mensen ontzettend nodig; in het bijzonder mijn psychiater.

Bløf – Aanzoek zonder ringen

(om deze songkeuze te snappen, zul je de podcast MOETEN luisteren)

Één reactie op “Psychiater

  1. Hoi jolwin,
    Ik weet niet of je me nog kent maar ik heb bij jou in de klas gezeten. Ik kamp ook al 10 jaar met depressies en helaas zal ik daar altijd gevoelig voor blijven. Heb ook vaak dat mijn hoofd helemaal vol zit en heb gelukkig hulp van het ggz waar ik mijn verhaal kwijt kan.
    Je hebt het allemaal mooi verwoord en kan me er helemaal in vinden.

Reacties zijn gesloten.